Lost/found

1. Goedemiddag.
2. Goedemiddag.
1. Waarmee kan ik u helpen?
2. Ik ben iets kwijt.
1. Wat bent u kwijt?
2. Mijn geloof.
1. Ah, uw geloof. Eens even kijken, kunt u een omschrijving geven…
2. Ik…
1. Wacht, eens kijken, hier heb ik er een paar. Deze hier met dat kruis? Of hier eentje waar heel veel filmsterren in geloven. Hoe heet die kleine acteur nou ook…
2. Het was meer….
1. Deze is met zoveel Goden daar snapt niemand iets van. Of… Isl…. nee… deze wil niemand meer tegenwoordig.. Hier dit is de oudste die ik…
2. Anders zoek ik zelf wel even verder.
1. Maar wacht… ik heb hier nog een hele mooie met pijpenkrullen en een gek hoedje… Meneer?

1. Goedemiddag.
3. Goedemiddag.
1. Wat ziet u er slecht uit.
3. Ja, ik ben iets kwijt.
1. Wat bent u kwijt?
3. Mijn zelfvertrouwen.
1. Ah.. en waar heeft u dat voor het laatst gezien?
3. Dat was op …. Ik kom er zo op hoor …. Dat weet ik eigenlijk niet.
1. Nou goed, geen probleem. (roept naar achteren) Weer eentje die zijn zelfvertrouwen kwijt is.
(stem van achteren) Godverdomme… alweer.
1. We hebben het zo gevonden hoor.

1. Goedemiddag.
4. Ik kom meteen ter zake, ik ben hem kwijt.
1. Hem?
4. Ja, van de ene op de andere dag. Eerst zijn we als de zon en de maan en dan opeens weg is hij. Geen briefje, geen sms, niets.
1. Bent u nu hem of hij kwijt?
4. Hem, hij… Ik was zo gek op hem.
1. Hem dus.
4. Hij was de liefde van mijn leven.
1. De liefde van uw leven?
4. Ja, en die ben ik dus kwijt.

3. Niet om het een of het ander, maar ik sta hier nu al vijf minuten te wachten op mijn zelfvertrouwen.
5. Goedemiddag.
1. Een ogenblikje meneer.
5. Ik ben alles kwijt meneer, alles.

1. (in intercom) Attentie Chantal, balie 3 alsjeblieft, Chantal balie 3.

Uit Tegenstellingen, 2011

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *